Dit artikel is eerder gepubliceerd in Religie & Mystiek, 2001

 

Trigger naar het verleden

Onlangs heeft mijn dochter communie gedaan. Zij en haar medecommunicantjes zaten op de eerste rijen. Om beurten moesten ze bij pastoor komen om het lichaam en bloed van Christus voor de eerste maal in ontvangst te nemen. Toch een bijzondere ervaring voor een vader. In de weken volgend op deze dag, voelde ik me hoe langer hoe onrustiger en gespannener worden. De onrust zat vooral in mijn dijen en de spanning zette zich vast in schouders en nek. Ik had hier dermate veel last van dat ik besloot om er maar eens naar te kijken wat daar dwars zat.

rund offerenVisualisatie/regressie

Ik loop door het kasteel. Ik heb mooie kleren aan, de kleren van een edelknaap. Ik loop op een deur af en open deze. Ik stap naar buiten op een kleine binnenplaats. De binnenplaats is verlaten. In de muur links van me bevindt zich een paar meter van mij vandaan een deur. Ik beklim de paar treden die naar deze deur leiden en ga naar binnen. Binnen is het wat duister. De zoldering is hoog en de ramen zijn vrij klein en zitten hoog in de muur. Ik bevind mij achter in een kerk. De kerk zit vol. De vloer is voorzien van een zwart wit dambord-patroon. De zoldering bestaat niet uit bogen, maar is plat met grote dwarsbalken. Vanuit de duisternis achterin, kijk ik naar het koor. Het altaar is als een stralend eiland in de wat schemerige kerk; veel wit, veel goud, veel licht; typische katholieke overdaad.

 Ik loop naar voren en neem op de voorste rij links, op het rechterhoekje plaats.De hele eerste bank naast me is bezet door kinderen in mooie kleren, zowel jongens als meisjes. Op de verhoging voor het altaar bevinden zich verscheidene priesters in mooi bestikte crème-kleurige gewaden.

Er staat iets belangrijks te gebeuren waarin ik en de andere kinderen een belangrijke rol spelen, maar we weten niet wat. We zien allemaal wat witjes en zijn een beetje angstig gespannen.

Door een deur rechts van het koor wordt een bruin rund aan een touw naar binnen gevoerd. Rechts voor me wordt het rund tot staan gebracht. Het dier beseft niet wat hem te wachten staat.

Ik moet het uiteinde van het touw vasthouden, maar een van de boeren blijft wel vlak bij me staan om het touw mee vast te pakken mocht het rund proberen weg te komen.

De priesters komen naar voren. Een van hen loopt naar het rund toe en gaat naast zijn kop staan. Met een mes snijdt hij de keel van het beest door. Het rund probeert nog weg te komen, maar het is te laat. “MITHRAZ”. Een groot koperen bekken wordt snel onder de keel van het beest gehouden en het bloed wordt opgevangen. Het rund zakt langzaam door zijn hoeven. Ik ben wat misselijk van het schouwspel geworden en voel me schuldig aan de dood van het dier, want ben ik niet degene die het touw vast houdt? Ook de andere kinderen zien asgrauw.

Jeugdherinnering

Mijn gedachten dwalen af naar mijn jeugd.

Ik zal een jaar of tien geweest zijn en ik ben bij mijn oom op de boerderij. We zijn op de binnenplaats. Mijn oom, opa en nog een paar mannen trekken een varken, dat een touw om zijn linkervoorpoot heeft, uit de stal de binnenplaats op. Daar ligt een ladder klaar. Het beest gilt als een bezetene en doet verwoede pogingen om te ontsnappen. Het weet verdomd goed wat er gaat gebeuren. Dit in tegenstelling tot mij.

Het is nog een hele strijd, maar uiteindelijk wordt het varken op de ladder vastgebonden. Mijn oom (of misschien was het één van de andere mannen) pakt een mes en snijdt het varken zijn keel door. Snel worden er emmers onder zijn keel gezet, want het bloed gutst met grote golven naar buiten. Dat is hetgeen dat mij nog het meest raakt; de enorme hoeveelheid bloed die naar buiten stroomt. Ik word misselijk en vlucht naar binnen, de boerderij in. Ik ben erg geschrokken, ik was volledig onvoorbereid op wat er ging gebeuren. Ik durf niet meer te kijken. Als ik later mijn moed weer bij elkaar geraapt heb en weer naar buiten durf te kijken zie ik dat het varken dood is en geschoren wordt. Het is voorbij.

het lichaam en bloed van ChristusVisualisatie/regressie – vervolg

De priesters tillen het bekken op en lopen naar mij toe. Ik moet van het bloed drinken. “HET BLOED VAN CHRISTUS”. De warme geur van vers bloed slaat me tegemoet. Ik wil niet, maar ik durf geen nee te zeggen. Met weerzin neem ik een slokje. Daarna gaat het bekken door naar de andere kinderen. Ook zij nemen ieder een slok. Daarna komen de priesters weer met het bekken terug naar mij. Ze gaan de rij weer langs en gieten het bloed over ons kinderen uit. Mijn hele schoot voelt warm, nat, klam en plakkerig aan. Ik besef dat ik en de andere kinderen een initiatie hebben ondergaan, we zijn ingewijd. Ik weet ook dat de andere kinderen later in dat leven mijn vertrouwelingen zullen zijn, mijn metgezellen. Ik ben blijkbaar voorbestemd om een leidende rol in te nemen in iets waarvan ik nog niet goed begrijp wat het is.

De priesters lopen weer naar het altaar toe. Er wordt een groot kruis neergelaten met daarop een Christusbeeld. Als het kruis bijna beneden is zie ik dat het geen beeld is, maar dat er een lijk aan het kruis hangt, het lijk van een man die zo te zien al een tijdje dood is. Het lichaam is wit grijs grauw en akelig. Het lijk wordt besmeurd met het runderbloed en het kruis wordt weer opgehesen.

De priesters nemen plaats voor het gangpad en één voor één komen de kerkgangers naar voren en nemen ieder een slokje van het bloed. Dan is de plechtigheid voorbij. Ik sta op en loop weer door het middenpad naar achteren. Daar word ik door een aantal vrouwen opgevangen. Ik ben blij dat ik die vieze kleren uit mag trekken en dat ik een bad kan nemen. Daarna krijg ik weer mooie schone kleren aan en ga naar de zaal waar het feestmaal wordt gehouden.

guillotineVisualisatie/regressie (2)

Er is een veldslag aan de gang. Een van de vele die er geweest zijn. Ik ben een ridder te paard. We vechten tegen de troepen van de katholieke kerk. We worden verslagen en ik word gevangen genomen. Ik omklem de tralies met mijn handen en kijk naar het glas-in-lood raam erachter. Ik was een goede krijger, maar ik heb toch verloren. Ik heb gevochten voor een goede zaak en voel me gefrustreerd dat onze boodschap niet is begrepen. Ik accepteer mijn noodlot en weet dat het zo voorbestemd was, maar ik voel verdriet en boosheid, omdat onze goede bedoelingen zijn vertrapt onder het machtsspel van de katholieke kerk. Het heeft niks met God of geloof te maken, maar alles met macht. Het volk dat wij geprobeerd hebben wakker te schudden, wordt weer dom gehouden.

Het plein voor de kerk is vol met mensen. Ik word uit de kerk naar het schavot geleid. Het volk juicht en joelt, onwetend van wat hier werkelijk gebeurt. Ik word “aan de kaak gesteld”. Mijn hoofd en handen worden vastgezet in het houden blok. Ik zit op mijn knieën. De beul heft zijn zwaard … en ik zie de kerkramen van onderaf. Ik voel nog hoe mijn schouders en benen met een moker verbrijzeld worden.

Heling

In de loop van de dag voel ik me steeds lekkerder in mijn vel zitten en de volgende dag voel ik me prima. Mijn benen voelen niet meer zo trillerig aan en mijn schouders en nek doen een stuk minder zeer. Ik voel me ook lichter, letterlijk, en energieker en beduidend minder negatieve gedachten gaan door mijn hoofd. Weer een stukje karma uitgewerkt.

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe blogs?

Klik dan op onderstaande link en je krijgt een mail zo gauw er een nieuwe blog is gepost.

Publicaties

Dit artikel is eerder gepubliceerd in een vakblad of e-zine. De categorie ‘publicaties in vakbladen en e-zines’ vormt een historisch archief en is ook zo bedoeld. De inhoud weerspiegelt waar ik toen stond (zie blad en datum bovenaan het artikel) en het hoeft niet noodzakelijk mijn huidige visie te weerspiegelen. Ik ben sindsdien immers ook weer een stuk verder in mijn ontwikkeling.

 

Pin It on Pinterest

Share This