Dit artikel is eerder gepubliceerd in Religie & Mystiek, 2002

 

Met alle nieuwe geluiden betreffende het integratie– en vluchtelingenbeleid, heb ik het idee er niet meer aan te ontkomen om toch eens een andere visie op dit probleem het levenslicht te laten zien. Laat ik eens beginnen met een voorbeeldje. Stel, je bent net met je gezinnetje verhuisd naar een stadje, waarvan je voorheen hooguit de naam kende. Je kent er verder niemand en ze praten er ook nog in een dialect dat je niet zo goed verstaat. Je denkt ‘kom laat ik eens gaan integreren, laat ik me eens onder de lokale bevolking gaan mengen’. En spiritueel geïnteresseerd als je bent, anders zou je deze blog niet lezen, trek je je zondagse kleren aan en gaat op zoek naar de lokale spirituele vrijplaats. Je ziet een leuk cafeetje, met wat motoren voor de deur en met een half verweerd uithangbord aan de muur waarop je nog net iets over ‘Angels’ ziet staan. Binnengekomen zie je een groep stoere mannen aan de bar hangen, gekleed in denim and leather, genietend van pullen bier, de armen vol getatoeëerd. De muziek is ook al niet helemaal wat je gewend bent; geen walvisgeluiden, maar rauwe gitaren en iemand die in het Engels iets zingt over het feit dat ‘hij geboren is om wild te zijn’. Je wilt niet kinderachtig zijn en je gaat met je gezinnetje aan een tafeltje zitten. Ondertussen vraag je je af wat voor angels deze heren nou eigenlijk aanbidden. Het beeld dat de Bijbel je over engelen geschetst heeft lijkt niet te kloppen met wat je hier ziet. Als je aan de bar wat gaat bestellen, bekijken de autochtonen je met een mengeling van walging, leedvermaak en irritatie. De barman lijkt je niet te verstaan en je moet je bestelling vijf keer luidkeels herhalen, om vervolgens nog het verkeerde te krijgen. Als je een vriendelijke opmerking over de mooie posters aan de muur maakt tegen je vol-getatoeëerde buurman, kijkt deze je even onbegrijpend aan en vervolgt zijn gesprek met de biker aan je andere zijde over de vraag of Brian Johnson ooit Bon Scott heeft kunnen doen vergeten als zanger van AC/DC (nee, natuurlijk niet! Bon rules!!!). Je begrijpt niet zo goed wat dit met wisselstroom en gelijkstroom te maken heeft. Met je niet geheel kloppende bestelling loop je terug naar je tafeltje en je voelt je niet zo erg meer op je gemak. Als je nog eens om je heen kijkt, zie je aan een tafeltje in de andere hoek van het café nog een gezinnetje zitten dat qua kleding en gedrag niet erg bij de rest lijkt te passen en ook zij zien er wat bedrukt uit. Je glimlacht en gebaart wat naar elkaar en je voelt dat je, als buitenstaanders in dit café, een zekere band hebt. Al snel leg je contact en kruip bij elkaar aan tafel. Je vindt het prettiger om met ‘soortgenoten’ te praten dan met de wat stug overkomende lokale bevolking.biker

Kunt je je er iets bij voorstellen hoe dit aanvoelt? Kun je je voorstellen dat je vol goede moed contact probeert te leggen met de lokale bevolking en dat je op onbegrip stuit? Kun je je voorstellen dat je de ‘code’ en de taal niet kent om binnen deze groep opgenomen te worden? Kun je je voorstellen hoe prettig het is om ‘soortgenoten’ te vinden en hoe verleidelijk het is om bij hen aan te klampen in plaats van bij de ‘zware jongens’? Tel daar nog eens bij op dat je in dat stadje bent komen wonen, omdat je daar werk kon krijgen en waar je vandaan kwam niet, maar dat de werkgever wel had geëist dat je dan ook daarheen moest verhuizen. Of dat je misschien uit een stad kwam waar het zo onveilig was geworden dat je je kinderen niet meer alleen op straat durfde te laten spelen. Hoe zou je je voelen in deze situatie? Wat zou je doen?

 

koffie met melkIntegratie

Het woord integratie betekent zoveel als ‘tot een geheel vormen’. Als je een vla-flip maakt, witte yoghurt met gele vla, en je wilt die twee smaken integreren, dan roer je er met je lepel doorheen. Je zult dan opmerken dat het eindproduct niet meer yoghurt-wit is en ook niet vla-geel, maar een kleur daar ergens tussen in. Integratie betekent dus dat beide ‘kampen’ zich aan elkaar aanpassen en als één nieuw geheel weer tevoorschijn komen. Dat zie je in Nederland tot op zekere hoogte ook gebeuren. Een broodje shoarma is een alledaags begrip geworden. Cappuccino of espresso zijn populaire koffievarianten geworden. Maar als ik op tv mensen hoor praten of integratie, heb ik toch regelmatig het idee dat men bedoelt dat ‘die buitenlanders’ zich maar aan ons moeten aanpassen. Om in de termen van het introducerende voorbeeld te blijven: ze moeten maar leer en spijkergoed gaan dragen en hardrock en bier leuk vinden. Werkt dat, denk je? Op zich is het zo dat als je twee stoffen mengt, de stof waarvan je het meeste hebt, het sterkst zichtbaar zal zijn in het eindresultaat: koffie met een klein beetje melk, levert een donkerbruin resultaat op waar koffie met veel melk veel witter van kleur is. Integratie van een kleine groep mensen binnen de Nederlandse samenleving, vergt dus meer van die kleine groep dan van het grote geheel. Dat grote geheel kan dat makkelijk hebben. Maar ook dan zal het eindresultaat een zeker aanpassingsvermogen van beide kanten vergen. Bij de integratie van een grotere groep mensen, wordt ook meer gevraagd aan de autochtone bevolking om zich aan te passen. Als er meer melk in de koffie gegoten wordt, kan de koffie niet zwart blijven. Dat kan alleen als je de melk er voorzichtig in schenkt en de koffie niet roert, oftewel als je de melk niet integreert. De melk, die zwaarder is, zakt dan naar de bodem en zo ontstaat er een scheiding tussen melk en koffie. Als we het over integratie hebben, het roeren van de melk door de koffie, dan moeten we wel beseffen wat het woord integratie betekent en dat integratie dus niet hetzelfde is als aanpassing. Zoals melk zich niet aan koffie kan aanpassen (de melk zal nooit net zo zwart worden als de koffie), zo kunnen allochtonen zich niet blind ‘aanpassen’ aan de autochtonen. Het is onredelijk om dat te verwachten, omdat het simpelweg niet gaat. Mensen zijn daartoe niet in staat.

vluchtelingenVluchtelingen

Weer een voorbeeldje. In de naoorlogse jaren zijn veel Nederlanders geëmigreerd naar Australië, Nieuw-Zeeland en Canada. Dat zijn toch landen die qua cultuur dicht bij Nederland staan: grotendeels dezelfde gewoonten, normen en waarden en de meeste Nederlanders spreken redelijk goed Engels. Een aantal jaren geleden is er een reportage gemaakt over hoe het nu gaat met die Nederlandse Australiërs. Ze zijn nu immers op de bejaarde leeftijd gekomen. En wat blijkt? De meeste ex-Nederlanders zijn bij elkaar gaan wonen. Sterker nog, er is een Nederlands bejaardentehuis ontstaan, waar dus alleen maar ex-Nederlanders zitten. Dus zelfs in grotendeels identieke culturen blijken mensen bij elkaar te kruipen. En nu verwachten wij dat mensen met een Arabische of Afrikaanse achtergrond, wat dus een veel en veel grotere cultuurkloof is, zich anders zullen gedragen? Houd toch op met die flauwekul!

Voor asielzoekers is de situatie nog veel erger dan voor de Turken, Marokkanen en Surinamers, die hier heen gekomen of gehaald zijn om te werken; bij voorkeur het soort werk waar we ons als blanke Nederlanders te goed voor voelen. Asielzoekers hebben vaak al de meest vreselijke ellende meegemaakt, voordat ze hier aan komen. Hoe zou jij je voelen als je familie voor je ogen was afgeslacht, als je door een kudde soldaten bent verkracht, als je je kinderen ziet sterven doordat er geen eten voor hen is? Zou je Nederland dan niet zien als het paradijs op aarde en daarnaar toe willen? En dan kom je daar aan met al je verdriet en boosheid, met je oorlogstrauma’s, de gruwelbeelden nog dagelijks op je netvlies gebrand. En dan word je weggestopt in een ‘kamp’, bij voorkeur zo ver mogelijk uit de buurt van de lokale bevolking, zonder inkomen, zonder eigen plek, want je slaapt op een slaapzaal met andere mensen vol trauma’s en die je niet eens verstaat, zonder te mogen werken, met de hele dag niks anders te doen dan tegen een pingpongballetje te slaan, jarenlang in onzekerheid en angst of je niet zult worden teruggestuurd naar het gebied waar je nog elke nacht van wakker schrikt. Kijk dan eens om je heen en zie waar ‘wij’ ons nou eigenlijk druk over maken: ‘de meester op school is veel te streng voor mijn overgevoelige kind! Ik heb wel 5 minuten op de trein moeten wachten! Er reed iemand voor me die 3 seconden te laat naar rechts ging, zodat ik er veel te hard langs heen kon scheuren! Wij gaan staken, want we willen er 4,25% bij in plaats van 3, 75%! Ik heb wel 3 minuten in de rij voor het loket moeten staan!’ We hebben het zo goed in Nederland dat we uit pure verveling ons maar gaan misdragen (voetbalvandalisme; zinloos geweld (alsof dat ooit wel zinvol zou kunnen zijn)). Vergelijk dat eens met de ellende die asielzoekers met zich meesjouwen en vergelijk dan eens hoeveel ophef we maken over onze eigen toch vrij onbetekenende probleempjes en hoe weinig we over hebben voor mensen die gemarteld en voor het leven verminkt zijn. Als ik met mooi weer over de A6 rijd en al die duizenden bootjes op het water zie, dan vraag ik me af hoe we in godsnaam nog durven te klagen.

Liefde en wijsheid

Maar moet je dan maar iedereen in Nederland binnen laten, die binnen wil komen? Nee, dat lijkt me ook niet het goede antwoord. Als Nederland bezwijkt onder de last, dan kan Nederland ook andere landen niet meer helpen. Dat is dus ineffectief. Moeten we iedereen die Nederland al binnen gekomen is, dan maar zijn gang laten gaan? Nee, dat leidt nog steeds niet tot integratie. Wat ik met deze tirade wil aangeven, is dat we dingen door een bepaalde ‘bril’ bekijken. We zijn geneigd dingen vanuit ‘ons’ perspectief te bekijken, waardoor we de ‘ander’ niet begrijpen en dus ook de problemen niet daadwerkelijk begrijpen. Een werkelijke oplossing komt pas in zicht als we elkaar leren begrijpen, als we elkaar echt willen begrijpen en als we ook bereid zijn om onze eigen rol onder ogen te zien. Dat er zo veel arme landen bestaan, komt voor een groot deel omdat wij ze arm houden, door middel van importbeperkingen, prijsafspraken en landbouwsubsidies. Kijk eens wat het christendom voor schade heeft aangericht en nog aanricht en vind het dan maar raar de islamieten zich niet meer willen laten onderdrukken.

Wat heeft dit alles nou met spiritualiteit te maken? Spiritualiteit is in essentie Liefde en Wijsheid. Liefde in de vorm van naastenliefde. Liefde in de vorm van jezelf onder ogen durven komen. Liefde in de vorm van uit je eigen emotionele reactiepatronen stappen. Liefde in de vormen van een ander echt te willen ontmoeten, de ander echt te willen leren kennen. Wijsheid in de vorm van voorbij je eigen denkbeelden kunnen kijken. Wijsheid in de vorm van voorbij je eigen emotionele reactiepatronen te kunnen voelen. Wijsheid in de vorm van niet oordelen. Wijsheid in de vorm van zien wat de achterliggende patronen zijn.  Wijsheid en Liefde in het onder ogen zien van onze eigen angst.

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe blogs?

Klik dan op onderstaande link (daarmee geef je toestemming dat deze gegevens worden opgeslagen).

Publicaties

Dit artikel is eerder gepubliceerd in een vakblad of e-zine. De categorie ‘publicaties in vakbladen en e-zines’ vormt een historisch archief en is ook zo bedoeld. De inhoud weerspiegelt waar ik toen stond (zie blad en datum bovenaan het artikel) en het hoeft niet noodzakelijk mijn huidige visie te weerspiegelen. Ik ben sindsdien immers ook weer een stuk verder in mijn ontwikkeling.

 

Pin It on Pinterest

Share This